Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Onze testen en onderzoeken

Aanvragen van onderzoek

Als externe zorgverlener kunt u onderzoeken aanvragen bij de laboratoria van het Maastricht UMC+. In de pdf vindt u de instructie 'preafname' voor het aanvragen van huisartsendiagnostiek. U vindt er ook ons bestelformulier. 

Uw patiënt kunt u instructies meegeven voor het verzamelen van lichaamsmateriaal. U vindt deze patiëntenfolders met instructies op de website van het MUMC+

  • Speciële hemostase
    1. Maak een telefonische afspraak (minimaal drie werkdagen van tevoren) bij het Centraal Diagnostisch Laboratorium, afdeling Speciële Stolling.
    2. Vul het aanvraagformulier hemostaseonderzoek, inclusief anamnese zo volledig mogelijk in en volg de afname-instructies.
    3. Uw koerier haalt het afnamepakket op bij het Maastricht UMC+ en levert het bloedafnamepakket af bij de externe aanvrager. Dit bevat:
      - de benodigde bloedafnamebuizen (soort en aantal, afhankelijk van aanvraag)
      - een retouradresetiket
      Let op dat (indien van toepassing) het bloedafnamepakket tijdig bij de aanvragende afdeling/arts terecht komt.
    4. U bestelt (indien noodzakelijk voor het aangevraagde onderzoek) tijdig voor de bloedafname een taxi, zodat het bloed binnen 90 minuten na afname bij het MUMC+ kan zijn.
    5. U verzorgt de bloedafname op de afgesproken dag.
      Volgorde bloedafnamebuizen:
      - EDTA-buis (paarse dop)
      - Citraatbuizen (blauwe dop)
      - Stabilytebuis (zwarte dop)
      - Hirudinebuis (doorzichtige of witte dop)
    6. Het aantal en soort buizen is afhankelijk van de specifieke aanvraag.
    7. Let op correcte vulling van de citraat-, stabilyte- en hirudinebuizen. Hirudinebuizen vullen niet altijd even goed, minimaal gevuld tot aan onderkant van de zwarte vulstreep (op linkerzijde etiket).
    8. Noteer tijdstip van bloedafname op het aanvraagformulier.
    9. De buizen, het aanvraagformulier laboratoriumonderzoek stolling externen en de anamnesetabel bloedingsneiging worden in een MUMC+-verzendenvelop verpakt. De niet-gebruikte buizen mogen in hetzelfde pakket worden geretourneerd.
    10. Voor onderzoek waarbij bevroren plasma wordt ingestuurd, op droogijs versturen.
    11. Het pakket wordt naar het MUMC+ gebracht en dient afgegeven te worden bij het laboratorium Hematologie t.a.v. het laboratorium Speciële Stolling op niveau 5.
    12. De klinisch chemicus en hematoloog interpreteren uitslagen en anamnesetabel en geven conclusie en/of advies, die bij de uitslagen worden ingevoerd.
    13. Door het insturen van onderzoeken naar ons laboratorium conformeert u zich aan het Service Level Agreement.
  • Verwerking volbloed tot plasma
    1. Originele bloedafnamebuis 5 minuten bij 18 graden Celsius centrifugeren bij 2.500 G.
    2. Controleer of citraatbuis/stabilytebuis correct is gevuld.
    3. Indien plasma hemolytisch is, niet verwerken!
    4. Plasma afpipetteren en in een kunststof centrifugebuis overpipetteren.
    5. Dit plasma nogmaals 10 minuten bij 18 graden Celsius centrifugeren bij 10.000 G.
    6. Plasma afpipetteren en bij elkaar voegen. Let op: enkel hetzelfde soort plasma bij elkaar voegen.
    7. Dit plasma mengen en verdelen in porties van minimaal 500 μl in 2ml invriesbuisjes.
    8. Dopjes stevig vastdraaien en plasma invriezen bij minimaal -30 graden Celsius (bij voorkeur -70 graden Celsius).
    9. Nadat het plasma is afgepipetteerd van de citraat bloedafnamebuis, ± 1 ml buffycoat (ruim) afpipetteren en in een 2 ml invriesbuis uitvullen.
    10. Stuur 2 invriesbuisjes buffycoat op.

  • Aanvragen bloedproducten

    Bloedproducten Sanquin

    Bloedproducten worden in principe door u zelf aangevraagd bij Sanquin. Indien het MUMC+ moet kruisen, dienen de kruisslangen zo snel mogelijk meegestuurd te worden. Deze moeten eenduidig zijn geïdentificeerd. Het is mogelijk om de bloedproducten aan te vragen bij Sanquin (uitgiftelocatie Maastricht) en de kruisslangen te laten afleveren bij het MUMC+. Tijdens het onderzoek kan blijken dat de eventueel meegeleverde kruissegmenten niet compatibel zijn. In dit geval dient u nieuwe bloedproducten bij Sanquin te bestellen met het verzoek om de kruissegmenten naar het MUMC+ te sturen. Wanneer het gemakkelijker is, kunnen wij zelf de bloedproducten bestellen.

    • Het Transfusielaboratorium MUMC+ zal een fax sturen naar uw laboratorium, waarop de uittypering en het profylactisch beleid zijn aangegeven.
    • Uw laboratorium kan de aantallen en bijzonderheden van de bloedproducten invullen en voor akkoord ondertekenen voor de bestelling.
    • Nadat dit formulier is teruggefaxt naar het MUMC+, zal het CDL de bloedproducten bestellen bij Sanquin (uitgiftelocatie Maastricht).
    • De bloedproducten worden door Sanquin regio Zuidoost, locatie Maastricht geleverd aan uw ziekenhuis en de kruissegmenten van deze eenheden worden geleverd aan ons Transfusielaboratorium.

    Uitslagverwerking

    Alle uitslagen worden schriftelijk doorgegeven. Voorlopige uitslagen per fax, definitieve uitslagen per post. De definitieve uitslag van de laboratoriumtesten wordt altijd geautoriseerd door het (waarnemend) hoofd van het cluster Speciële Hemostase en Transfusie van ons Centraal Diagnostisch Laboratorium. Het transfusiekaartje, de statusbrief en de brief patiënteninformatie worden door het Transfusielaboratorium aan de aanvrager (klinisch chemicus) gestuurd.

    Procedure registratie in TRIX

    Het Transfusielaboratorium, welk een positieve uitslag heeft gevonden bij een screeningsonderzoek van een patiënt die nog niet in TRIX staat geregistreerd, doet een voorlopige aanmelding in TRIX. Hierbij is zij ook verantwoordelijk voor de patiënt-identificerende gegevens.

    Het Transfusielaboratorium MUMC+ vult de voorlopige aanmelding in TRIX aan met de gevonden gegevens en is verantwoordelijk voor de specificiteitgegevens. Indien het MUMC+ vaststelt dat de screening niet tot identificatie van antistofspecificiteit leidt, kan de voorlopige aanmelding niet aangevuld worden met gegevens. Indien vier weken na de voorlopige aanmelding geen data bij de patiënt in TRIX zijn ingevoerd, wordt de voorlopige aanmelding automatisch uit TRIX verwijderd.

    Procedure voor laboratoria die nog geen gegevens invoeren in TRIX

    Het Transfusielaboratorium MUMC+ voert de patiënt-identificerende gegevens en de specificiteitgegevens in TRIX in. Het aanvragende laboratorium is echter verantwoordelijk voor het schriftelijk doorgeven van de juiste patiënt-identificerende gegevens aan het MUMC+.

    Informatie aan patiënt

    De patiënt, van wie de gegevens worden opgenomen in TRIX, wordt hierover schriftelijk geïnformeerd. In een brief wordt uitgelegd dat wanneer hij/zij elders een bloedtransfusie nodig heeft, de informatie over irregulaire antistoffen door anderen in TRIX kan worden opgevraagd. De patiënt wordt gewezen op de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen registratie in TRIX. De brief zal door het Transfusielaboratorium MUMC+ samen met de definitieve uitslag (en transfusiekaartje, patiënteninformatie) naar het aanvragende laboratorium worden gestuurd. Het aanvragende laboratorium kan dan besluiten om de brief van het MUMC+ naar de patiënt te sturen of gebruik te maken van een eigen informatiebrief en eigen wijze van bezwaaraantekening. Indien de patiënt bezwaar aantekent tegen registratie in TRIX, dient u ons hierover te informeren.

  • PSIE/12e weeks screening

    Bevolkingsonderzoek

    Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) is een landelijk bevolkingsonderzoek dat de zwangere in het eerste verloskundig consult krijgt aangeboden. Het is bedoeld om hepatitis B- en HIV-dragerschap, congenitale syfilis en hemolytische ziekten van de foetus en/of de pasgeborene te voorkomen. De onderzoeksresultaten delen wij zowel met de aanvrager als het RIVM, die voor de financiële afhandeling zorgt. Er zijn geen kosten verbonden aan het PSIE-onderzoek voor de zwangere.

    Meer informatie over zwangerschapsscreeningen op de website van RIVM.

    Aanvragen onderzoek PSIE

    Vul het aanvraagformulier PSIE volledig in, inclusief het BSN-nummer en de à terme-datum. Bij niet volledig ingevulde formulieren gaat het RIVM niet over tot betaling. Het Maastricht UMC+ is in zulke gevallen genoodzaakt de kosten van het onderzoek te verhalen op de zwangere. Het is mogelijk additionele virologische testen aan te vragen.

    Uitslagtermijn

    De doorlooptijd voor ABO, RhD, Rhc en screening is 24 uur. Voor de virologische testen geldt een doorlooptijd van 48 uur voor negatieve uitslagen. Bij positieve uitslagen worden vervolgtesten ingezet waardoor de uitslagtermijn langer wordt. Bij een positieve screening (zowel in 12e als 27e weeks) en/of stijgende ADCC-test nemen wij contact met u op.

    Toevalsbevindingen

    Bij de bepaling van het hemoglobinegehalte van het bloed maken wij gebruik van de meest geavanceerde technieken. Zonder extra kosten voor de zwangere zal het trombocyten- ­en leucocytenaantal aan de analist worden getoond. Indien deze uitslagen afwijkend zijn, zullen wij u daarover informeren. Een afwijkend trombocyten- en/of leucoytenaantal kan gevolgen hebben voor de zwangere en het ongeboren kind.

  • Coeliakie met behulp van wattenstokjes

    HLA-typeren voor coeliakie

    HLA-DQ moleculen bestaan uit twee ketens: een alfa- en een bètaketen. De variatie in deze moleculen heeft invloed op de functie (in geval van coeliakie het binden van gluten). Het laboratorium Weefseltypering van de afdeling Transplantatie Immunologie onderzoekt deze HLA-moleculen. Dit gebeurt door middel van DNA-onderzoek van wangslijmvliescellen.

    Afname van wangslijmvliescellen

    Wangslijmvliescellen worden afgenomen door met een wattenstokje langs de binnenkant van de wang te strijken. Een minimaal belastende methode die door de patiënt, ouders, huisarts of specialist gemakkelijk uit te voeren is. Broers, zussen en ouders kunnen ook eenvoudig op deze aanleg worden getest.

    Afnameset aanvragen

    Afnamesets HLA-typering, HLA-B27 en coeliakie kunt u vrijblijvend opvragen bij Transplantatie Immunologie, Laboratorium Weefseltypering, T: 043 3876680.

    Wat is coeliakie?

    Coeliakie (ook wel glutenintolerantie genoemd) is een erfelijke aandoening waarbij de darm overgevoelig is voor gluten. Gluten is een eiwit dat voorkomt in tarwe, rogge, gerst, spelt en kamut. Inname van gluten bij mensen met coeliakie leidt tot een beschadiging van het slijmvlies van de dunne darm. Hierdoor worden belangrijke voedingsstoffen niet meer goed opgenomen wat kan leiden tot een breed scala aan klachten.

    Oorzaak van coeliakie

    De oorzaak van het ontstaan van coeliakie is niet precies bekend, waarschijnlijk spelen meerdere factoren hierbij een rol. Wel weet men dat mensen met coeliakie een bepaalde genetische aanleg hebben voor coeliakie. Dit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van HLA-DQ2 en/of HLA-DQ8-moleculen in het immuunsysteem.

    Diagnostiek voor coeliakie

    Om de diagnose coeliakie te kunnen vaststellen zijn meerdere laboratoriumtesten nodig en soms ook een darmonderzoek. De Europese vereniging voor maag-darm-leverziekten bij kinderen (ESPGHAN) heeft richtlijnen opgesteld waarin bepaald is dat HLA-onderzoek belangrijk is voor het stellen van de diagnose. HLA-moleculen zijn eiwitmoleculen op het oppervlakte van cellen, die een belangrijke rol spelen bij de immunologische afweer. Bijna alle (meer dan 95%) coeliakiepatiënten zijn drager van HLA-DQ2 en/of DQ8. Indien een persoon geen HLA-DQ2 en/of DQ8 heeft, is de kans dus zeer klein dat iemand coeliakie heeft of dit in de toekomst nog ontwikkelt. HLA-typering is een waardevolle test bij het stellen dan wel uitsluiten van de diagnose coeliakie. Ook wordt deze test gebruikt om te kijken of de eerstegraads familieleden (ouders en broers/zussen) van personen met coeliakie ook deze genetische aanleg hebben. Tot slot wordt de test gebruikt om te kijken of mensen met een verhoogd risico op coeliakie, zoals personen met suikerziekte (type I) of het syndroom van Down, de genetische aanleg voor coeliakie hebben. Afwezigheid van de genetische aanleg voor coeliakie maakt verdere screening op coeliakie overbodig.

    HLA-risicoallelen voor coeliakie

    De patiënt weet binnen vijf werkdagen of hij/zij aanleg heeft voor coeliakie en of hij/zij DQ2 of DQ8 positief of negatief is.

    DQ2 specifieke associaties:
    HLA-DQ2.5     (DQA1*05~ DQB1*02)
    HLA-DQ2.2     (DQA1*02~ DQB1*02)

    DQ8 specifieke associatie:
    HLA-DQ8       (DQA1*03:01~DQB1*03:02)

Contact

Heeft u niet gevonden wat u zocht? Neem dan contact op met de desbetreffende afdeling. 

Klik hier

Sluit de enquête